MAASHEES - Een 24-jarige man uit de gemeente Venlo maakte in september 2025 een desastreuze verkeersovertreding, met fatale gevolgen. Hij zag op een kruising een motor over het hoofd en verleende bij het afslaan geen voorrang. Toch heeft de man volgens de rechtbank Oost-Brabant niet aanmerkelijk onvoorzichtig of onoplettend gereden en heeft hij geen schuld aan het veroorzaken van het zware verkeersongeval.


De verdachte sloeg die bewuste dag op een kruising in Maashees linksaf met zijn bestelbus en zag daarbij een tegemoetkomende motor over het hoofd waardoor een botsing ontstond. Daarbij kwam de motorrijder om het leven en raakte de passagier die achterop zat zwaargewond.

Volgens de officier van justitie heeft de verdachte schuld aan het ontstaan van het verkeersongeval. Hij zou daarbij aanmerkelijk onvoorzichtig/onoplettend (de laagste schuldkwalificatie) hebben gereden. De rechtbank oordeelt anders. Hoe tragisch en ernstig de gevolgen van het verkeersongeval ook zijn, er is onvoldoende bewijs dat de verdachte hier schuld aan heeft. De verdachte heeft de motor namelijk niet gezien en was in de veronderstelling dat hij kon afslaan. Het is niet duidelijk waarom hij de motor niet zag. Uit onderzoek blijkt bijvoorbeeld niet dat de verdachte kort voor het ongeval op zijn telefoon bezig was en er zijn ook geen andere onderzoeksbevindingen waaruit blijkt dat hij was afgeleid of dat hij andere verkeersregels (bijvoorbeeld te hard te rijden) heeft overtreden.

De rechtbank oordeelt dat er sprake was van een enkel moment van onoplettendheid, waarbij de verdachte weliswaar heeft gekeken maar de motor toch niet heeft opgemerkt. De rechtbank spreekt de verdachte daarom vrij van het verwijt dat hij aanmerkelijk onvoorzichtig/onoplettend reed. Wel maakte hij zich schuldig aan het veroorzaken van gevaar en hinder op de weg door geen voorrang te verlenen (een overtreding). Dat is een verkeersfout met weliswaar tragische en ernstige gevolgen, maar dus geen misdrijf.

Oprecht berouw


Aan de nabestaanden is onherstelbaar leed toegebracht en zij zullen moeten leven met het grote gemis van hun dochter, zus, partner of vriendin. Tegelijkertijd houdt de rechtbank er rekening mee dat ook de verdachte de noodlottige gevolgen van zijn rijgedrag nooit heeft gewild. De rechtbank ziet een zeer schuldbewuste verdachte die er blijk van geeft dat hij de ernst van het door hem aangedane leed inziet. Hij toont oprecht berouw. Er is inmiddels een positief gesprek geweest tussen de verdachte, de nabestaanden en het slachtoffer. Verder draagt de verdachte zelf nog dagelijks de last met zich mee dat hij een ongeval veroorzaakte met tragische gevolgen. Dat trauma moet hij nog verwerken.

Straf niet opportuun


De rechtbank vindt verder dat een eventuele straf ook in verhouding dient te blijven met de ernst van de gemaakte verkeersfout en de mate van schuld daaraan van de verdachte. Ook vindt de rechtbank een straf in deze zaak vanuit het oogpunt van vergelding en preventie (volgens de reclassering is de kans op herhaling klein) niet van toegevoegde waarde. Al met al is - hoezeer de rechtbank het verdriet van de nabestaanden erkent - de oplegging van een straf niet opportuun. De verdachte is dus wel schuldig aan een verkeersovertreding, maar krijgt daarvoor geen straf.